item6

Onafhankelijke website voor liefhebbers van onderaardse kalksteengroeven.

contact

Dit artikel heb ik geschreven voor SOK mededelingen 45

Aangezien het een lang artikel is zal ik het over meerdere pagina's publiceren. Hier is het latste deel.

Mussenberg
Achter het chalet Lichtenberg in vogelvlucht zo'n tweehonderd meter van de Lichtenberg ingang lag de bekendere Slavante ingang. Deze ingang is bij het grote publiek vooral bekend door de rondleidingen die vanaf daar vertrokken. Om deze ingang te bereiken moest men, net als op de Wilhelminaweg door een korte tunnel, de Mussenberg genaamd. De Mussenberg was een vrijstaande kalksteenformatie en lag nét achter het chalet Lichtenberg. In deze tunnel was een kleine woning waarin een van de gidsen woonde die de rondleidingen door het Slavante stelsel verzorgde. Deze tunnel is al te zien op een prent uit 1670. Rond 1911 stortte een deel van de tunnel in en het restant werd later bij de aanleg van het ENCI talud verwijderd. Waarschijnlijk was natuurlijke erosie de veroorzaker van de instorting. Het grotwoninkje bestaat echter nog steeds en wordt momenteel als tuinschuurtje gebruikt door de bewoners van de ENCI directeurswoning. Het grotwoninkje werd lange tijd bewoond door een berggids en zijn gezin. Op veel afbeeldingen staan de bewoners, de familie Janssen, dan ook afgebeeld met hun flambouwen. Vooral de struise mevrouw Janssen staat vaak op afbeeldingen van de Mussenberg. Zij was ook berggids. De Mussenberg stond ook bekend om zijn feestdissen die in de tunnel aan bijzondere bezoekers werden aangeboden.

De oude Slavante ingang lag pal achter de Mussenberg, even voor de huidige trap naar het bergplateau achter het Casino Slavante. Als men de de beroemde Slavante grotten wilde bezoeken, moest men door de Mussenberg tunnel en langs de grotwoning. Deze werkte dan ook als een natuurlijk loket. Vanaf dit punt vertrokken eeuwenlang de gidsen met hun rondleidingen. De prijs voor een rondleiding was erg duur want volgens een ANWB gids uit 1916 betaalde men twee gulden voor de eerste persoon en vijftig cent voor elk volgend persoon van de groep. Dit was veel geld en de rondleidingen waren dus alleen weggelegd voor de welgestelden. Ook over deze ingang is niet zo heel veel bekend, wél over het achterliggende gangenstelsel, Slavanten. De Slavante ingang stond in die tijd bekend als "de drei looker". Ook werd de naam "de drie poorten" wel eens gebruikt. Helaas verloor deze ingang door de afgravingen van het Slavante stelsel steeds meer aan betekenis. Uiteindelijk werd de toeristenexploitatie zelfs verlegd naar de Zonneberg. De ingang verdween onder het ENCI talud dat werd aangelegd om de eerste ontginningen af te werken. De laatste restanten van deze ingang zijn midden jaren zeventig van de vorige eeuw door de ENCI opgeblazen nadat twee kwajongens van binnenuit het Slavante stelsel de ingang probeerden open te graven.

Loopgraven
Dat men via het gangencomplex rechtstreeks bij de Duitse loopgraven kon komen zullen we maar met het bekende korreltje zout nemen. Men kon hooguit in het Caestertbos een Duitse wachtpost tegen het lijf lopen. Wél bezochten veel Maastrichtenaren tijdens de Duitse inval in België de hellingen tussen de hoeve Lichtenberg en Caestert. Van hieruit had men een prima zicht op de Duitse troepenbewegingen.

Tot slot
Ondanks dat dit artikel voor een groot deel over het bovengrondse gaat hebben de besproken items een grote rol gespeeld in de ondergrondse geschiedenis van de Sint Pietersberg.

Uit de vele krantenartikelen uit de periode 1900-1940 die ik tijdens de zoektocht naar materiaal voor dit artikel ben tegengekomen blijkt, dat ook toen de protesten tegen het afgraven van dit stukje natuurschoon hevig waren. De geschiedenis heeft uitgewezen dat deze protesten weinig invloed hadden op de besluitvorming. De economische belangen én het niet afhankelijk willen zijn van buitenlandse cementleveringen waren belangrijker. Er is dus niet veel veranderd.

De "fameuze" tochten waarbij men via de put van het fort Sint Pieter naar binnen ging en men via de Caestert uitgangen het daglicht weer opzocht, hebben pas veel later plaatsgevonden. In ieder geval nadat het Padvindersgat is gegraven, ergens tussen 1903 en 1933, de verbinding via het smokkelgat gemaakt was, en de Zonneberg/Slavante muren beslecht waren. Ruwweg kan men deze periode dateren van ongeveer 1930 tot 1955. Misschien moeten we deze korte periode wel de gouden eeuw van het berglopen noemen.

Het gebied van Lichtenberg tot Caestert met haar tientallen ingangen mag als een van de interessantste gebieden van de Sint Pietersberg worden gerekend. Waarschijnlijk bevonden zich hier door het dagzomen van de mergel de oudste ondergrondse ontginningen. Helaas viel dit gebied als eerste, en lang voor Ir. van Schaïk en anderen hun inventarisatie begonnen, ten prooi aan de stalen kaken van de graafmachines. Het zal vaak gissen blijven hoe het er werkelijk uitzag. In een toekomstig artikel zal ik proberen met wat verzameld materiaal een tip van de sluier op te lichten.

Afb12

Caestert.net

Afb13

Caestert.net

Afb15

Caestert.net

Afb16

Caestert.net

Afb17

Caestert.net

Caestert.net

Frans Ogg voor de ingang

De achterzijde van de Mussenberg. Deze zijde is, in tegenstelling tot de voorzijde, zelden gefotografeerd. Op de voorgrond het wandelpad naar Slavante met nog net zichtbaar de aftakking naar rechts richting de drei looker ingang. In de huidige situatie staat u op de Slavante trap en kijkt u richting de ENCI

caestert.net

  • Inhoud
  • Welkom
  • Blog
  • Foto's
  • Exclusief
  • Oude zaken
  • Wandelingen
  • Artikelen
  • Diversen
  • Links
  • Over mij
contact